Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
27 november 2020, om 22:28 uur
Bekeken:
67 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
11 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het meisje spreekt me nog steeds vousvoyerend aan "


Ik ben als door een wonder getroffen weer gaan schrijven in de jaren tachtig met een vaart…nou meneer, niet te houwen in mijne paranoïde kritisch-artistieke verbeelding als een bolide met 230 km. p.u. over alle vluchtheuvels des levens in de Leidsestraat scheuren met plankgas, als het ware achterna gezeten door virtuele dienders met bromsnorren op dienstfietsen, de politiefluit ingeslikt van pure schrik toen ze mij voorbij zagen jakkeren als achttienjarige blonde jonge god met een paar stoten op de wit lederen  achterbank van jewelste, de plaatselijk beroemde zwartharige tieners Meniekje en Hyacintje uit Heemstede met toen al zùkke tieten uit de Golden Gloves Weltmeister Heavy Weight zwaargewicht klasse tiepes rijp voor het beroemde blote tieten blad 'Biggies en Plumpers', want voor minder ging ik niet toen ik eenmaal los gebroken was uit een wurgende relatie met een dominante, blokfluit fluitende, stijl gereformeerde klasgenote, een tijdverspilling,  die drie jaar te lang duurde.Verloren tijd.

Ik was een kind, hoe kon ik weten dat dit voorbij zou gaan…

In de schoolkrant schreef ik in 1964 wel eens wat, tot ik mijn schilderijen  ging tentoonstellen, toen waren hoofdredacteuren Burny Bos en Bernard Netelenbos niet meer zo gecharmeerd van mijn bijdragen omdat ze zelf buiten het schoolsirkwie niet aan bod kwamen met hun artistieke frutsels, maar ik natuurlijk wel als genie, die deed wat ik wilde. Spreekt toch ook vanzelf!

Ik stopte toen met schrijven een paar jaar. Het is een dubbeltje op zijn kant geweest of ik was in de reclame als Account Executive, copywriter of het onderwijs terecht gekomen. Ik had in de reclame in the silver sixties tonnen kunnen verdienen maar ik kan geen twee Heren dienen. Het is de poen of de kunst. Hoe ik toch tot welstand kwam is weer een ander verhaal. Aldus mag ik mij De Gezegende door de Heire der Heirscharen noemen. Alsof je een emmer leeg gooit!

Ik was in de Kennemer Kunstkliek te Haarlem en omstreken in de zestiger jaren al snel berucht, omdat ik met mooie wijven op stap ging, maar daarmee nog niet beroemd in kunstkringen. Wie in de kunst zat en succes hadden reden op een Solex en droegen een leren jas plus kaphandschoenen, on top of the hill getooid met  alpinos met zo'n klein varkensstaartje boven op. Lulligheid troef, hier verkoopt men toverballen. Wat maakt het au fond uit: al gauw vertrok ik naar Amsterdam en liet die Kunst und Kultur Kaninefaten uit Kennemerland ver achter mij.

In 1967 schreef ik twee manifesten bij een tentoonstelling in De Waag te Haarlem.

Je had ze moet horen.

De collegaatjes. 

Het was “ongehoord” was de mening onder de kunstartiesten van de vereniging Kunst Zij Ons Doel.

En waarom was het ongehoord en not done?

Omdat Haarleme kunstenaars fantasieloze halve analfabeten waren in the silver sixties. Daarom. Voor het eerst ervoer ik de collegaatjes als een slap en jaloers volkje.

Daarna schreef ik wat artikelen over beeldende kunst maar pas in de jaren tachtig pakte ik het serieus op na het publiceren van tekst over misbruik van aankoop subsidies beeldende kunst in Friesland.

Het misbruik van subsidies is in de mid tachtiger jaren doorgedrongen tot op ministerieel niveau maar er werd niets aan gedaan. Het heeft mij als klokkeluider veel schade opgeleverd, dat wel. Nog steeds kan ik niet tentoonstellen in Friesland en Groningen. Nu maakt mij dat niet zo erg veel uit want buiten de provincie kom ik goed aan bod. De invitaties uit de VS vliegen me om de oren. Wel is het veelzeggend over het provin-cialisme en de laffe vriendjespolitiek. Ik heb geen vrienden onder Friese of Groningse kunstenaars. Nooit gehad ook.

Hoe de deelname aan het Volkskrantweblog tot stand is gekomen? Heel eenvoudig. Op een gegeven moment zei mijn oudste dochter mij: “Vader aller vaad’ren, mag ik in alle ootmoed eens een suggestie doen?

Ik zei dus op zalvende toon: "Toestemming verleend, mijn kind. Spreek gerust over wat U beweegt!"

 Op zachte toon zei ze aarzelend: "Is een web log nou niet net iets voor U?”

Het meisje spreekt me nog steeds vousvoyerend aan zoals het behoort in behoudende kringen van rechtse signatuur. 

En daar heb ik toen gehoor aan gegeven en kwam met veel rumoer door  de draaideur het Vkblog binnen waar de academies gevormde meneer GJB helemaal niet zo blij mee was. Hij kon ternauwernood zijn afschuw bedwingen tov neo-romantici als Isis Nedloni en Fred van der Wal, want hij legde een typerende academische arrogante afschuw aan de dag tov strijdbare kunstenaars, afschuw dus, hierin gesteund door een zekere Frans M., Kokopelli, Ivy, Fleur, Grutte Pier, Bart, Krudzlo, GP, Ate, mejuffouw I.D.  en dat paard van Troje, dat 'aangifte' tegen mij zou doen maar ze wist niet hoe of naar welke links draaiende melkzure poltiek correctie censuur commissie zich moest wenden. Wel kan ik hierbij aantekenen dat ik ze te vaak niet behoorlijk behandelde en aardig tekeer ging verbaal. Of ik dat weer zou doen? Welnee, maar ik was jong en wilde wat. Misja, mijn oudste dochter zei vandaag nog: "Het Volkskrantblog was net een soap!" En zo is het toevallig ook nog eens een keer.

Ik heb dat altijd betreurd, net zoals ik het merkwaardig vind dat een GP onder zijn artikelen meerdere malen mijn avatar gebruikt(e) in reacties en voor wendt dat z’n  slappe gelul van hem mijn reacties zijn. Menigeen vloog er in.

Een staaltje Friese gluiperigheid, dat wel. Vooral daar GP zich beroept op onaantastbare integriteit en een kruiperige onderdanigheid aan de dag legt tav een enkele andere weblogger van de vrouwelijke kunne, die dacht mij er in te laten lopen. De Venus vliegenval bleef gotsijdanck gesloten. De sleutel was al bij voorbaat gebroken. Moge haar beker aan mij voorbij gaan tot in aller eeuwigheid. Ik ben nu eenmaal een in- en in  fatsoenlijke golden wonderboy. Je hoort het van alle kanten.

Wat de woorden van een Fries uit het kunstenaarsplantsoen waard zijn, ja, dat is mij als ex-Amsterdammer al sinds 1978 bekend. Je kunt ze eenvoudigweg niet serieus nemen. Net zo min als een aantal ex-Vkbloggers. Toch wens ik ze als goedgelovig gristenmens een lang en gelukkig leven toe. 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.