Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
8 augustus 2020, om 09:42 uur
Bekeken:
53 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
13 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het kwam in feite in Friesland neer op een Berufsverbot."


 

‘In 1978 verhuisden ik met mijn echtgenote van uit Amsterdam naar Friesland, in feite een ongelukkige Move, dat heeft eigenlijk onmiddellijk het einde van mijn tot dan toe zeer voorspoedige carrière als gearriveerd beeldend kunstenaar betekend en daar is in die provincie mijn werk in de vierentwintig jaar dat wij daar woonden genegeerd en gediscrimineerd door de per ongeluk bij gebrek aan gewicht omhoog gevallen boeren van de Friese Pers en het Friese Kunst instituut, maar ook door de Groningse instellingen en hun weinig appetijtelijke vertegenwoordigers als die in zijn vrije tijd schilderende tekenleraar, de zwaar brillende kikkerkop Diederick Kraaijpoel en drs. Hans van Seventer uit Aduard, alleen omdat ik ex-Amsterdammer was, dat konden ze niet hebben.

Wat stellen Friese kunstenaars eigenlijk voor? Het stro komt ze van onder de pet vandaan. In Leeuwarden kocht de vrouw van een raadslid kunst aan voor de gemeente, een kogelronde boerin met bloemkool permanent, Moeke Faber heette dat mens, ze liep rond met een boerenzakdoek met vier knopen vast gespeld op die vette varkenskop, een op het hoofd geplette parasol tegen de zon, langs bloedarmoedige kunstmarkten. Zwetende kunstenaars achter de marktkramen poogden haar aandacht te trekken in de hoop voor een aankoop in aanmerking te komen. 

Hoofdkaas, natte benen en kutkaas dus alom.

De Friese kunstenaars uit die tijd, die schijthuizen, deden het (behalve Fred van der Wal) voor haar in hun broek. Ik ben dus ook nooit aangekocht.

Het kwam in feite in Friesland neer op een Berufsverbot. Ik heb er tussen 1978 en 2003 ook nauwelijks kunnen tentoonstellen, behalve twee keer bij de TEM in Leeuwarden, daar regelt een joviale, toffe ex-Amsterdammer (Harald Klink enberg) de tentoonstellingen en dan nog weigerden de provinciale kunstredac ties mijn werk te recenseren.

Gelukkig begrijpen Amsterdammers elkaar met een half woord, zodat met Harald in elk geval geen Babylonische spraakverwarring ontstond zoals met die Friese klei aardappelen constant het geval was.

Tegenstanders van mijn werk in Friesland waren o.a. recensenten Sikke Doele, Huub Mous, Johanna Schuurman en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant Rimmer (Rimmer; Amerikaans slang voor reetlikker) Mulder of ik kreeg commentaar in het Leeuwarder Sufferdje van een puisterige, zwaar brillende student kunsthistorie, Rudi Hodel,  die de kunstrubriek er bij deed naast zijn studie, met het verhaal dat mijn werk geschikt was om naast de vullisbak neer te zetten en dat werd nagekwaakt door die duizenden non valeurs die van de contraprestatie vraten, staatskunstenaars als Jan Maaskant die vette percentage opdrachtjes kregen of lid waren van de provinciale artiesten vereniging Fria en nooit iets klaar speelden behalve het communistiese jargon na praten en met hun lul in hun klamme jat andermans wijf verhit achterna liepen, wat de grote mode was onder beeldende kunstenaars van 1945-1990 in Nederland.

Ik heb daar nooit aan mee gedaan omdat ik niet graag in andermans veneriese kwakkie roer met mijn romige schuimspaan, want dan word je de volgende ochtend wakker met een lul als een rood stoplicht, daar bedank ik voor, alhoewel ik een paar gehuwde dames ken in Frankrijk en Nederland, nou, nou, nou…in een woord adembenemende tiepes waarvoor ik mijn stelregel even voor opzij zou zetten.

We moeten nou ook weer niet al te konsekwent zijn.

Hoofdredacteur Rimmer Mulder van het Leeuwarder Sufferdje, maar ook provinciale collegaatjes als Eja S., Lode P., Henk H., Rein P. en Co C., tevens de fijngristelijke tekenleraar Henk P. en het geachte PVDA lid, de tekenleraar Rienk K. en de tekenleraar J.S. verketterden mijn werk achter mijn rug om. In Groningen had ik fervente tegenstanders als de tekenleraar/amateurschilder Diederick Kraaijpoel, de streng gereformeerde kunstschilder Helmantel, de kunstschilderende pantoffelheld Fokko R., de abstracte knoeier Martin T., de stijl griffermeerde tekenleraar/waterverver Jan van L. (hij kneep tussen de lessen stiekem het akademiemodel van Minerva in d’r kut in de bezem-kast beweerde Fokko R.) en de even stijl gereformeerde E.O. producer van gezapige kunstprogrammas drs. Hans van S. Ik kon bijvoorbeeld geen lid worden van de Noordelijke Realisten of de Noordelijke aquarellisten en ook niet van de Friesche Kunstenaarsvereniging Fria die ik n.b. zelf heb opgericht in 1985.

Ik ben dus eigenlijk uit Friesland/Groningen weg gepest. Nu is het leven in Frankrijk heel wat beter dan in Nederland, dus wie het laatst lacht …Zelfs een gereformeerde Friesche tekenleraar/ vrijetijdsschilder (Jan van L., voorzitter Drentse Kunstenaars Vereniging), die me in het verleden twee maal heeft besodemieterd met tentoonstellingen kwam hier in Frankrijk met de pet in zijn hand bij ons landgoed aan bellen en gooide een briefje in de bus met een tekst dat we in een heel erg mooi huis woonden of iets van dien aard.

Ik gooi dat soort slijmerige briefjes natuurlijk gelijk weg want ik ben niet geïnteresseerd in wat tekenleraren vinden in het algemeen en in mededelingen over ons huis van overbetaalde gepensioneerde leerkrachten in het bijzonder al helemaal niet, want het is me een kast van een huis waar we in leven en werk en.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.