Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
26 april 2020, om 12:39 uur
Bekeken:
67 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
27 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ja, ja, dat zeggen jullie allemaal"


Riki Simons zegt in haar boekje ….

 

Zo worden Nederlandse kunstenaars soms al tijdens hun eindexamen geboekt voor een museum tentoonstelling.

 

Fred van der Wal:  Een eerste jaars leerling van Ateliers ’63 werd in 1968 via een van zijn relaties uitgekozen voor de jeugdbiennale te Parijs. Hij zou worden weg gestuurd van de academie vanwege gebrek aan talent. Daarna probeerde hij het op de Rietveld academie waar hij na een jaar het voor gezien hield.

Conservators van het Stedelijk Museum liepen rond in de gangen van Ateliers ’63 en kozen kunstenaars uit die met onzinnige projecten bezig waren zoals Sjoerd Buisman (bloemetjes in een vaas zonder water op eeen stuk formica geplakt, Axel van der Kraan die een aquarium in een TV toestel had neer gezet, een jongeman die de plestik objecten van Pieter Engels epigoneerde.

 

Riki Simons: Opportunisme en vluchtigheid gaan hierbij hand in hand. Sinds een aaantal directiewisselingen bij Nedrelandse musea en insellingen wordt daar van de Jonge Italianen, Jonge Amerikanen en Jonge Duitsers uit de jaren tachtig weinig meeer vernomen. Het enige dat we zeker weten is dat ze niet meer jong zijn.

 

Fred van der Wal:  In mijn 47 jarige loopbaan als kunstenaar heb ik wat modestromingen voorbij zien trekken.

In de jaren zestig tierde in Haarlem het post abstract expressionisme welig. De gesubsidieerde dames en heren kunstenaars liepen in met verf besmeurde overalls rond te paraderen door de Grote Houtstraat om gezien te worden. Het Haarlemse publiekje had er diep respect voor.

Zelf behoorde ik tot de Nieuwe Figuratie en kreeg in Haarlem geen ingang in het kunstenaars plantsoen. Mijn aanvragen voor een atelier, woonruimte, lidmaatschap van kunstenaars verenigingen, lidmaatschap BBK, een aanvraag voor de BKR werden door  de Haarlemse pvda apparatsjik categorisch afgewezen.

In 1967 vestigde ik mij in Amsterdam en bij gebrek aan relaties in de hoofdstad kende ik enkele jaren van absolute armoede.

Mijn New Fig werken paste slecht in het exposi-tiebeleid van Galerie Mokum dat liever commercieel werk eposeerde van Teun Nijkamp (poppen-moedertjes, akwarellen op papiertjes ter grootte van een afgescheurd stuk plee rol), Chris van Geest (Magritte epigoon), Cornelis Doolaard (Melle imitator), Wout Muller (Melle epigoon), Clary Matsenbroek (Leonor Fini epigoon)  en begin jaren zeventig Henk Helmantel ( epigoon 17- e eeuwse stillevens en kerkinterieurs in de stijl van Saenredam).

Ik zag zognaamde Nieuwe stromingen voorbij trekken als Land Art waarbij kunstenaars stukken land omploegden op “artistieke wijze” , hopen zand, briketten en aarde in het Stedelijk Museum op  de grond kwakten, zalen met glas scherven geëxposeerd en afgebeeld in dure catalogi, de flauwe kul van de conceptuele foto- en videokunst, het “Nieuwe expressssionisme”,  de “installatiekunst, de environment kunst waarbij interieurs van burgermans woningen het museum werden binnen gesleept compleet met canapés en schemerlampen, Popart, Hyperrealisme, Happening, Fluxus, Performance, Fotorealisme.

Het kunstenaarsplantsoen lijkt de modebeurs van Parijs wel met elk jaar nieuwe kleurtjes en leuke dessins, elkaar steeds sneller opvolgend.

De Londense kunsthandelaar  Jimmy McMullan zei in 1969 tegen mij: jullie jonge kunstenaars, ik kan er niet van op aan, het ene jaar maken jullie figuratief werk, het volgende weer abstract.

Ik verzekerde hem dat ik mijn leven lang de figuratie trouw zou blijven.

Ja, ja, dat zeggen jullie allemaal, zei hij pessimistisch.

Het gesprek begon mij snel te vervelen en ik verbrak verder contact met de in de alcohol doordrenkte galerie houder.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.